Hoop

2032 — Een faculteit van hoop


Stellige hoop - column

Het is vrijdagmorgen, na een drukke week, een bewolkte dag die twijfelt of hij nog even winter blijft of verder reist. Ik ben net aangekomen op kantoor. De laptop al aan en op mijn scherm een lange lijst mails, die ongeduldig wacht. Maar ik dwaal even af en kijk naar buiten. Ik kijk even, want er gebeurt iets vandaag, daar beneden op de parking. Maandenlang vormden ze mijn uitzicht: hoge, grote, grijze stellingen die de achterkant van onze vertrouwde Sint-Michielskerk aan het oog onttrokken. Palen, planken, zeil, met arbeiders die klauterden en klopten, schaafden en schuurden, gekleurd in fluohesjes en anders bespraakt. Wellicht net als u, liep ik er al die tijd voorbij, vaak zonder er enig acht op te slaan. Het werd een gewoonte, een aanblik die we niet meer opmerkten. Steigers, groot en imposant, die we niet eens meer zagen staan. Alsof ze vanzelfsprekend zijn en paradoxaal niettemin altijd tijdelijk…

Ja, alles gaat voorbij. Vandaag worden ze afgebroken, opnieuw paal voor paal en plank voor plank. Ik zie het en sla het gade, van achter mijn raam. Twee mannen, zonder enige haast, demonteren methodisch en zorgvuldig plank na plank en onthullen, beetje bij beetje, wat maandenlang beschermd verborgen was. Traag verschijnt wat verhuld was: de steen, niet meer grauw en grijs, maar zacht lichtgeel. De rondboogjes opnieuw scherp, de breuken en barsten geheeld, het metselwerk herboren. Een oude kerk, eeuwenoud, kom als het ware opnieuw tot leven: vertrouwd en toch helemaal anders, alsof ze zichzelf hervindt.

Mijn blik reikt iets verder tot bij de statige, oude boom die er – wellicht iets minder lang de kerk maar veel langer dan de meesten van ons – geduldig staat, groeit en bloeit, zonder dat we er veel voor doen of het zelfs maar opmerken. Zijn onderste takken buigen naar beneden; ze vormen een boog, en reiken omhoog. Ik weet niet of u dat ooit zag… Alsof hij zegt: "kom en rust hier even, ga maar zitten, wieg even mee met de wind, maar houd je blik omhoog. Plus est en vous!" Ik zie vanuit mijn raam de knoppen van de lente nog niet goed, maar ik wéét het. Diep in de aarde geworteld schuilt zijn kracht. En weldra, zoals elke lente, zullen knoppen ontluiken en wordt zijn levenskracht weer zichtbaar. Jaar na jaar onverstoorbaar – niet geraakt door onze haast of onze angst, door onze zorgen of pijn of zelfs niet door onze oeverloze vreugde of geluk – groeit hij, wordt hij sterker en vertrouwt hij op het weerkeren van de lente. En die lente komt, even onverstoorbaar, troostvol in haar bestendigheid.

Mijn mijmering brengt me bij onze faculteit. Ook hier verschijnt iets, niet iets nieuw uit het niets. Maar net als de kerk of net als de boom vanuit oude wortels naar nieuw leven: herboren in haar sterkte, zuchtend om heling waar scheuren en barsten ontstonden, maar telkens opnieuw zichtbaar in wat wezenlijk was en is, al zeshonderd jaar lang. Zeshonderd jaar lang doordenken, overdenken, tastend zoeken, behoedzaam vermoeden, uitreikend raken aan wat niet altijd verwoordbaar is… Het vraagt diepe wortels. Het verdwijnt niet zomaar. Het raakt wellicht af en toe bedolven onder een laag stof, die zich zelfs tijdelijk kan vastzetten, maar de kern wordt telkens weer vrijgelegd. En ja, in onze era is het aan ons. Het is aan ons om samen onze faculteit in dat nieuwe licht te laten stralen: herboren, helder, hedendaags. Onze faculteit kent haar verleden en durft haar toekomst aan.

Misschien is het wel net als met de boom: zoals hij de lente in zijn wortels draagt lang voor er een knopje te zien is, draagt onze faculteit haar toekomst in zich. In de vragen die we vandaag stellen en durven stellen. In de droom die tot reflectie leidt, in de reflectie die in gesprek gedeeld wordt, in het gesprek dat actie wordt. In de bereidheid om samen vooruit te kijken, niet enkel vanuit wat was of zelfs vanuit wat is, maar vanuit het perspectief van wat kan zijn en worden. En neen, die realiteit komt niet met een donderslag. Ze breekt zachtjes door, zoals de lente: in de dagen die een beetje lengen, in het licht dat iets vroeger daagt, in de kleuren die een tikje helderder worden, in de aarde die ontdooit. Diep vanuit de wortels, in de kracht die we delen en in het enige perspectief dat hoop overeind houdt: dat van steeds weerkerend leven, dat van altijd terugkerend en onvermoeibaar optimisme, dat van Leven en Liefde, sterker dan de dood. En plots dacht ik hoe dicht dit besef nadert – of misschien zelfs samenvalt – met de kern van wat we geloven: God, die in schoonheid, waarheid en goedheid sterker is dan elke dood. Laat ons die hoop hoog houden…

Buiten klopt een sterke man de laatste bout los. De steiger schuift; de steen komt vrij. En de boom, hij staat er alsnog stil bij, geduldig, maar vol verwachting om wat komen zal. Op naar nieuw leven!

Bénédicte Lemmelijn